OSBO Ronde 6 2014-2015 / De Schaakmaat 2J - Veenendaal 3 / Vrijdag 13 maart 2015‏

Poule 2B van de OSBO-competitie blijft spannend tot de laatste zet!

De vijfde ronde hadden we nipt gewonnen van het team van De Cirkel. Op het programma stond nu de koploper Veenendaal 3 in de zesde ronde. Veenendaal is één van de vijf schaakverenigingen waar ik in m’n leven lid van ben geweest. Begin jaren ’90 heb ik daar een aantal jaren gewoond en dus ook geschaakt. Altijd leuk om oude bekenden tegen te komen, maar dat neemt niet weg dat er van Veenendaal gewonnen moest worden om de koppositie over te nemen. Bijkomend “voordeel” was dat mede-concurrent Edese S.V. een paar dagen voor onze wedstrijd verloren had van Rhenen. Wat betreft het kampioenschap gaat het dus in deze poule alleen nog tussen Veenendaal 3 en ons team. Deze keer weer een spannende wedstrijd dus!

Harald van Riessen en ik hadden de maandag voor de wedstrijd geschaafd aan de opstelling. We moesten minimaal 4 punten halen en we hadden bedacht dat dit het beste zou kunnen gebeuren aan de borden 5 t/m 7. Ik zou dan zelf aan bord 3 het 4e punt kunnen scoren. Mocht er iemand tussendoor nog een remise spelen, dan zouden we misschien zelfs op winst mogen hopen. Maar dat zou wel heel erg mooi meegenomen zijn. Belangrijk was dat we geen puntenmakers “verspelen” tegen spelers als Henk Don (rating 2000 en tot nu toe 5 punten uit 5 rondes) en Luc de Groote (rating 1900 en ook 5 uit 5). Onze opstelling was dus een beetje ‘om’ deze tegenstanders heen bedacht. Het was dus belangrijk dat dit goed uit zou pakken. Ik had dan ook tegen onze spelers gezegd dat ze nog niet achter hun bord moesten gaan zitten om niet onnodig informatie aan de tegenstanders uit Veenendaal te verstrekken over onze opstelling.

De jas:

Iedereen die uit de buurt van Volendam komt, weet wat "een jas" is. Ongetwijfeld weet Nick Schilder dat ook. Deze overbekende Volendamse zanger van het duo Nick & Simon is ook nog eens een hele verdienstelijke schaker. Sinds kort is hij ambassadeur van de schaaksport! Wat betekent dat als je "een jas" bent? Als je "een jas" bent, woon je in Volendam, ben je getrouwd met iemand uit Volendam, maar ben je niet geboren in Volendam. Hoe goed je je best ook doet, hoe goed je ook ingeburgerd bent in Volendam, je bent en je blijft "een jas". De bekendste "jas" van Nederland was Jolanthe Cabau van Kasbergen, toen ze nog wel getrouwd was met Jan Smit…

Waarom vertel ik dit eigenlijk? Omdat in onze wedstrijd tegen Veenendaal 3 de opstelling nogal belangrijk was. Om ons niet te diep in onze kaart te laten kijken, had ik als teamleider aangegeven dat de spelers nog niet achter hun bord mochten gaan zitten totdat Veenendaal 3 de opstelling had doorgegeven aan de wedstrijdleider. Zelf had ik "mijn jas" opgehangen aan de stoel van bord 2. Mijn notatieboekje had ik naast bord 2 gelegd en m'n koffiekopje ook. Ik had zelfs al even gevoeld hoe de stoel achter bord 2 zou zitten. Een ding wilde ik voorkomen en dat was dat ik zelf tegen de sterkste speler van Veenendaal - en dat is Henk Don - zou moeten aantreden. De teamleider van Veenendaal 3 leverde de opstelling bij de wedstrijdleider in. En ja hoor, waar Henk Don de andere wedstrijden steevast op bord 1 speelde, had Veenendaal 3 hem nu op bord 2 gezet. Henk liep dan ook vrolijk op mij af om mij een hand te geven. Maar onderwijl liep ik op mijn jas af, pakte die op van de stoel achter bord 2 en hing die over de stoel van bord 3. Henk droop teleurgesteld af; hij speelde dus niet tegen mij en het plannetje van Veenendaal viel in duigen. Het voelde bij mij of wij met 1-0 voor stonden en dat allemaal dankzij "een jas".

En dan volgt nu het schaaktechnische gedeelte van de avond.

Doorschuiven in de Franse Verdediging:

Renso Steunenberg speelde aan bord acht met wit tegen Pim Dik. Pim staat op de topscoorderslijst van onze poule met 4 punten uit 4 wedstijden. Ik had zelf niet verwacht dat Pim op bord 8 zou spelen omdat hij meestal met wit speelt. Op het bord kwam een Franse Verdediging, een opening die ik zelf vroeger ook veel speelde met zwart. Wit speelt e4, zwart e6. Dan gaat wit door met d4 en zwart speelt d5. Op de derde zet speelde Renso de zgn. doorschuifvariant. Wit schuift het centrum dicht met e4-e5. Deze variant geeft boeiend maar ook “traag” spel, tenzij wit bereid is om een pion te offeren.

Renso zetten z’n pion op g3 en ontwikkelde z’n loper koningsloper naar h3. Dit plan is bekend uit de variant waarin wit eerst pion-a3 speelt en zwart dan de boel helemaal dicht schuift met de pionzet c5-c4. Als zwart nog geen pion-c4 heeft gespeeld, is dit geen gebruikelijk plan. Wit speelt dan liever z’n loper naar e2 of (als hij een scherp pionoffer wil spelen) naar d3. Ondanks de ongebruikelijke opbouw van wit, ontspon zich een interessante strijd. Renso offerde een pion op d4 en hoopte via b5 z’n paard op d6 te krijgen. Zo’n paard midden in de vijandelijke stelling wordt ook wel een “Octopus” genoemd omdat het paard 8 velden bestrijkt en een Octopus 8 tentakels heeft. Jammer genoeg kwam het daar niet van. Een probleem was dat wit nog niet had gerocheerd. Doordat z’n koning nog in het midden stond, werd z’n paard op a3 ook kwetsbaar. Renso vocht dapper door maar dat was vechten tegen de bierkaai. Hij moest daarna z’n koning omleggen maar had dan ook een hele sterke tegenstander getroffen.

Hollands in de voorhand (2x):

Door Veenendaal 3 sluipt een virus. Aan twee borden speelden de witspelers van Veenendaal namelijk het volkomen ongebruikelijke pion-f4 als eerste zet. Dit zgn. “Hollands in de voorhand” wordt op grootmeesterniveau eigenlijk alleen gespeeld door de uit Hoorn (vlak bij Volendam) afkomstige GM Dimitri Reinderman. De vraag is wel of dat een aanbeveling is, want deze man kleurt z’n haar geregeld blauw…  Casper Wouters speelde aan bord 7 met zwart en kreeg dus ook f4 voorgeschoteld. Hij stelde zich erg flexibel op maar kon een grote stukkenruil toch niet voorkomen. De tegenstander van Casper bood (heel slim van hem) remise aan. Daar kreeg ik dus even last van want ik wilde dus graag dat Casper zou winnen, net als alle eerder wedstrijden van hem. Casper kwam netjes bij mij om te vragen of remise akkoord was. Hij vond de stelling zelf ook remiseachtig en neigde ernaar om het aanbod aan te nemen. De stelling van Casper vond ik zeker niet beter. Beide partijen hadden een zwakke pion maar die van wit was makkelijker te verdedigen door z’n koning. We spraken af dat hij het remiseaanbod niet zou afwijzen, dat hij het nog een tijd zou aankijken op de andere borden en dat hij geen zet zou doen! Een remiseaanbod blijft immers de gehele zet van kracht. Dus konden we kijken hoe het ging op de andere borden terwijl de niet-spelende teamleider van Veenendaal 3 zenuwachtig heen en weer begon te lopen…

Op mijn bord ging het deze keer eigenlijk best gemakkelijk. Ik speelde op bord drie met zwart. Ook mijn tegenstander speelde f4. Net als Casper stelde ik me ook soepel en elastisch op. M’n tegenstander had meer ruimte en begon met een aanval van z’n dame op mijn damevleugel. Dat was allemaal nog prima te verdedigen. Toen begon hij met een manoeuvre van z’n toren. Hij speelde z’n toren van f1 naar f4. Dat kostte me veel bedenktijd want ik had geen begin van een idee wat hij daarmee van plan was. Oud Wereldkampioen Boris Spassky zei altijd dat slechte spelers de neiging hebben om snel een zet te doen als ze worden verrast door een zet van hun tegenstander. Aangezien ik niet als slechte speler te boek wil staan, investeerde ik een half uur bedenktijd in m’n antwoord.

Het enige probleem was dat ik na dit half uur nog steeds geen idee had, wat m’n tegenstander eigenlijk wilde bereiken met Tf4… Ik speelde maar een “veilige” zet, waarna m’n tegenstander z’n eigen toren op f4 begon op te sluiten met de zet Pf3. De toren kon dus niet meer terug naar f1. Die zet had ik dus ook weer niet verwacht maar na enig rekenwerk kwam ik erachter dat dit materiaalwinst voor mij kon opleveren. M’n tegenstander had een simpele pionzet overzien (pion g5 valt de toren op f4 aan). Die zet leek gevaarlijk maar daarna vielen de stukken toch “als rijpe appelen in mijn schoot”. Een snelle overwinning dus! Na deze overwinning (en het beeld bij de overige borden) mocht Casper het remiseaanbod accepteren.

Winnend stukverlies:

Yassine hadden we dus op bord vijf bedacht. Hij speelde tegen Piet Anjema. Waar Yassine constant scoort aan bord één speelt Piet dit jaar nogal wisselvallig. Dat kwam dus prima uit voor het plan van Harald en mij, Yassine zou immers een punt “in het mandje moeten gooien”. Desondanks kwam Yassine nogal slecht uit de opening. Hij speelde met zwart de Pirc-verdediging. In deze opening geeft zwart veel ruimte aan wit, maar kan hij later het centrum van wit gaan aanvallen. Wit stelde zich op met Lg5 en Lc4. Daarnaast had hij centrum-overwicht. Yassine speelde toen in mijn ogen de onnauwkeurige zet Pb-d7. Wit kreeg daardoor heel veel spel over de diagonaal van de lopen op c4. Heel even dacht ik: daar gaat ons plan. Maar Yassine herstelde zich briljant! Hij kwam weliswaar een kwaliteit achter te staan maar rukte met z’n vrijpionnen sterk op naar voren. Deze vrijpionnen ondersteunde Yassine met z’n loper en z’n toren. Z’n tegenstander had twee torens maar dat mocht niet meer baten. De vrijpionnen van Yassine drukten de koning van z’n tegenstander helemaal tegen de onderste rij aan. Toen Yassine z’n toren erbij haalde was het mat of torenwinst, waarna Yassine gemakkelijk won.

Maar hé, wacht eens even… Als we de stelling een paar zetten terug zetten, kon wit dan niet gewoon een loper winnen? De zwarte pion dekte weliswaar de loper maar die pion stond gepend en zwart verliest dan een toren, toch? En inderdaad, dit was winnend geweest voor wit! Maar zowel Yassine als z’n tegenstander hadden het niet gezien. Sterker nog, zonder de zet die dit “stukverlies” inleidde, had zwart bij het beste spel niet kunnen winnen! Piet Anjema baalde enorm maar wij waren erg blij dat Yassine dit “winnende stukverlies” gespeeld had! Klasse Yassine, “een punt in het mandje” zoals we hadden gehoopt.

Kwaliteitsoffer:

Aan bord 2 speelde Colin Wouter als invaller tegen Henk Don. Colin had wit en leek op voorhand niet heel veel kans te hebben omdat hij een veel lagere rating had. Maar wat zegt rating tegenwoordig nog? Henk moest zich nog “herpakken” van “de jas” en speelde een kleurloze opening. In het Schots was het eigenlijk als snel Colin die de lakens aan het uitdelen was! Het was ongelofelijk om te zien hoe Colin zijn stelling stap voor stap versterkte. Er stonden veel zware stukken (dames en torens) op het bord en er waren lopers van ongelijke kleur. In het eindspel zijn lopers van ongelijke kleur vaak een remise-tendens. In het middenspel, met de dames nog op het bord, levert het vaak veel vuurwerk op.

Zo ook hier. Colin kon mat dreigen op f8 met z’n dame op h6. Zwart kon daar nog wel wat tegen doen maar z’n stelling werd er niet beter op. Colin speelde z’n dame naar f6 met ook heel veel dreigingen. Door een fout van zwart kon Colin zelfs een winnende voortzetting kiezen. Als hij toen namelijk z’n toren had opgeofferd voor de zwarte loper op d5 had hij een winnende dubbele aanval kunnen zoeken met de zet Te7. Deze toren viel dan zowel de zwarte dame als de zwarte pion op f7 aan. Zwart kon dan z’n dame niet meer wegzetten omdat hij dan mat gezet zou worden. Dit had zwart dus zwaar materiaal en waarschijnlijk de partij gekost. Jammer genoeg zag alleen de tegenstander van Colin dat. De partij ging stug verder. Langzamerhand kwam de speelsterkte en de routine van de zwartspeler naar voren. Toen Colin in het eindspel een klein foutje maakte, wist Henk het vakkundig uit te maken. Toch uitstekend gespeeld! Colin is kampioen van de OSBO tot 14 jaar geworden en gaat hard vooruit wat speelsterkte betreft. Hij mag binnenkort meedoen aan het NK. Als hij daar ook zo speelt als tegen Henk Don gaat hij ver komen!

Niet te ontkomen aan eeuwig schaak:

Steven Braun speelde aan bord 6. Ik had hem wit beloofd. De dinsdag ervoor hadden Steven en ik ingevallen in het eerste team van De Schaakmaat. We hadden als team een dikke overwinning geboekt en niemand had verloren! Zelf ontsnapte ik door in een ingewikkelde (maar slechte) stelling remise aan te bieden aan m’n tegenstander. Dat nam hij gelukkig aan. Steven speelde daarentegen een briljante openingsvariant met wit en won daar snel mee. Deze variant wilde Steven nu weer op het bord brengen. Frans Suijdendorp is echter sterk genoeg om daar niet zomaar aan mee te werken. Desondanks kwam Steven een pion voor te staan. Er kwam een uitermate ingewikkeld dame-eindspel op het bord, waarbij zwart op eeuwig schaak moest spelen. Anders zou de zwarte koning geforceerd mat gaan. Volgens mij had Steven hier ergens met z’n koning voor z’n pionnen op de koningsvleugel kunnen kruipen. Dan had zwart waarschijnlijk geen eeuwig schaak meer gehad. Maar in plaats van pion h5 speelde Steven pion g4. Daarna zag ik geen winst meer voor wit en Steven zelf ook niet. Een zeer taaie verdediging kan dus toch een half punt opleveren, is de les van deze partij!

Flankgambiet:

Op bord 1 hadden we een invaller ingezet. Dat was Hessel Hulleman jr. Het was de bedoeling dat hij z’n huid zo duur mogelijk zou verkopen. Hij had zwart tegen Gunie du Chatinier. Gunie speelde een onbekend maar gevaarlijk gambiet tegen de Siciliaanse Opening van Hessel. Na de zet e4-c5 speelt wit dan als tweede of derde zet het pionoffer b4! Hessel nam dit offer aan door met z’n c-pion op b4 te slaan en vervolgens door te slaan op a3. Zwart kwam dus een pion voor te staan maar daarvoor kreeg wit centrumoverheersing en een ontwikkelingsvoorsprong. Hessel bleef stug doorschaken maar slaagde er niet in om z’n koning uit het centrum te krijgen. Daardoor kreeg wit heel veel druk tegen de zwarte damevleugelpionnen en Hessel kon niet voorkomen dat wit een paard op d6 kreeg. U weet wel, weer zo’n “Octopus. Gelukkig kon Hessel dit stuk wel afruilen maar toen kwam er een gevaarlijke vrijpion op d6 te staan. De druk op de zwarte stelling naam steeds verder toe. Na lang doorspelen in een lastige stand, kon Hessel jammer genoeg niet meer voorkomen dat de vrijpionnen van wit konden promoveren en hij gaf zich gewonnen.

Winnende koningswandeling:

De partij van de dag was die van Xiao Hao Buitenhuis aan bord 4. Hij speelde tegen Luc de Groote. Vooraf hadden we ermee gerekend dat Xiao Hao dit niet zou kunnen winnen. Ten eerste had z’n tegenstander een veel hogere rating en ten tweede was Luc in de Groote vorm dit seizoen. Hij had voor de OSBO nog al z’n wedstrijden gewonnen. Op het bord kwam een soort doorschuifvariant van de Caro-Kann Verdediging. Anders dan bij de Franse Verdediging, kan zwart in deze opening z’n witveldige loper buiten de pionnenketen naar veld f5 brengen. Op zich is dat een voordeel al kost het ook weer een paar tempi (en dus tijd). Zwart slaagde er door slim spel in om de b-lijn te beheersen. Doordat zwart z’n loper op f5 stond, kon wit geen Tb1 spelen om torens af te ruilen. De b-lijn kwam dus in handen van zwart en dat zag er niet zo goed uit. Tijd dus om remise aan te bieden! Dit hadden Xiao Hao en ik vooraf afgesproken. De volgorde daarbij is dat je eerst een zet doet, dan remise aanbiedt aan je tegenstander en dan als laatste handeling je klok indrukt. Xiao Hao stak bij het remiseaanbod z’n hand alvast uit naar z’n tegenstander. Deze vond dat hij beter stond, dus speelde zwart door.

Bijna alle andere borden waren al afgelopen toen Xiao Hao het over een hele andere boeg ging gooien. De partij had zich tot nu toe strategisch vooral afgespeeld op de damevleugel. Xiao Hao ging nu de combinaties opzoeken op de koningsvleugel. Daarbij wandelde hij met z’n koning naar f4 en zette hij z’n dame op g5. Dat zag er allemaal nogal kwetsbaar uit, maar z’n tegenstander kon daar niet van profiteren. Anders zelfs, de druk van wit op de koningsstelling van zwart werd steeds sterker! Toen beging de tegenstander van Xiao Hao een cruciale fout. Om te verdedigen speelde hij z’n g-pion op, waardoor wit de h-lijn kon openen. De druk werd zo groot dat er al materiaalverlies dreigde voor zwart. Toen de dame van wit over de h-lijn binnen dreigde te vallen, kon zwart zich niet meer tegen alle aanvallen verdedigen. Zwart probeerde er nog een toren op h2 tussen te plaatsen maar deze kon eenvoudig worden verjaagd door… de koning van wit van f4 naar g3 te spelen. Daarmee was “de winnende koningswandeling” van wit voltooid. De door zwart gekozen voortzetting bood Xiao Hao de gelegenheid om z’n tegenstander op elegante wijze mat te zetten. Een uitstekende overwinning tegen een uitstekende tegenstander, petje af Xiao Hao! Gelukkig maar dat Luc de Groote geen remise van je had aangenomen.

De uitslag:

Door de overwinning van Xiao Hao eindigde de wedstrijd in 4-4. We speelden op de oneven borden met zwart. De uitslagen per bord zagen er als volgt uit:

DE SCHAAKMAAT 2 J                     VEENENDAAL 3                4 – 4          

1.            Hessel Hulleman jr         Gunie du Chatinier         0 - 1

2.            Colin Wouters                  Henk Don                           0 - 1

3.            Jan Dirk Vriend                 Jan van Bodegraven      1 - 0

4.            Xiao Hao Buitenhuis       Luc de Groote                  1 - 0

5.            Yassine Mouhdad           Pieter Anjema                  1 - 0

6.            Steven Braun                    Frans Suijdendorp          ½ - ½

7.            Casper Wouters              Jan van der Sleen            ½ - ½

8.            Renso Steunenberg       Pim Dik                                0 - 1

Slotronde op vrijdag 10 april a.s.:

De zesde ronde hebben we dus net niet gewonnen. Maar een gelijk spel tegen het op rating veel sterkere Veenendaal 3 mogen we toch een hele goed prestatie vinden van onszelf! We kunnen zelfs nog kampioen worden als Veenendaal 3 niet wint van Edese S.V. en als wij wel winnen van Bennekom 2. De slotronde op Vrijdag 10 april a.s. spelen we ook in Bennekom. Ik hoop dat jullie allemaal weer kunnen!

Hartelijke groet, Jan Dirk Vriend, medeteamleider De Schaakmaat 2J

Onze sponsoren

Steun de club

Login voor auteurs

Schaakpuzzle